Achtergronden monkeypox

Epidemiologie en etiologie

Het monkeypoxvirus is een zoönotische infectie (een ziekte die van dier op mens kan overgaan), behorend tot het geslacht van de orthopoxvirussen, waar ook het pokkenvirus (variola) toe behoort. Normaal gesproken worden infecties met monkeypoxvirus vooral gezien in Afrika, en spelen knaagdieren een belangrijke rol in de verspreiding. Momenteel is er echter sprake van een uitbraak buiten Afrika, waarbij verspreiding van mens op mens plaatsvindt. In Nederland zijn er inmiddels 1087 gevallen (d.d. 18-8-2022, zie de actuele cijfers op de website van het RIVM). Hoewel iedereen monkeypox kan krijgen komt de ziekte in deze uitbraak tot nu toe met name voor bij MSM (mannen die seks hebben met mannen).

Overdracht van het virus vindt met name plaats via intiem huid-op-huidcontact dan wel via slijmvliescontact (zoals bij orale of anogenitale seks). Overdracht kan tevens plaatsvinden via contact met huidlaesies of besmet materiaal (zoals gecontamineerde kleding of beddengoed). Respiratoire overdracht via druppels wordt, evenals bij pokken en waterpokken mogelijk geacht, maar speelt bij de huidige uitbraak geen grote rol. Tot slot zijn er aanwijzingen voor overdracht via sperma. 

De gemiddelde incubatietijd ligt rond de 8-9 dagen (spreiding 5-21 dagen). Patiënten kunnen zonder zichtbare laesies  besmettelijk zijn. Een patiënt is in principe besmettelijk vanaf 2 dagen voordat er zichtbare laesies optreden of proctitis zich ontwikkelt. Bij afwezigheid van laesies of proctitis wordt er vanuit gegaan dat een patiënt besmettelijk is vanaf de start van de systemische symptomen.  

Nadat de laatste korstjes van de huidlaesies zijn afgevallen en er re-epithelialisatie heeft plaatsgevonden, zijn patiënten niet meer besmettelijk. 

Klinisch beeld

Systemische symptomen 

Koorts, hoofdpijn, spierpijn, rugpijn, malaise, (meestal pijnlijke) lymfadenopathie (gelokaliseerd dan wel gegeneraliseerd) komt voor bij grofweg de helft van de huidige patiënten. Deze symptomen ontwikkelen zich meestal enkele dagen voordat de huidlaesies optreden (prodromale verschijnselen), maar kunnen ook gelijktijdig of nadien optreden.   

Huid- en slijmvlieslaesies

De laesies starten vaak als maculopapuleuze uitslag op de plek van besmetting, waarna er verspreiding naar andere delen van het lichaam plaatsvindt, inclusief handen, voeten en slijmvliezen. In het merendeel van de patiënten met monkeypox in de huidige uitbraak gaat het om mannen die seks hebben met mannen (MSM). De huiduitslag begint veelal in het anogenitale gebied en kan gepaard gaan met pijnlijke inguinale lymfadenopathie en/of koorts. Afbeeldingen van laesies zijn te vinden bij de achtergrondinformatie van de UK Health Security Agency, de klinische informatie beschikbaar op de site van het RIVM, of het recent gepubliceerde artikel van Thornhill et al (Monkeypox Virus Infection in Humans across 16 Countries — April–June 2022).  
De maculopapuleuze huiduitslag gaat over in vesikels met donkere ‘kern’ of pustels, welke een opgeworpen rand kunnen hebben, zogenaamde ‘umbilicated’ pustels of papels. Uiteindelijk treedt er korstvorming op. Laesies presenteren zich meestal in hetzelfde stadium, maar kunnen ook tegelijkertijd in verschillende stadia voorkomen. Rondom de laesies wordt vaak een fel erytheem en/of hyperpigmentatie gezien. De laesies zijn initieel pijnlijk en in een later stadium jeukend. Laesies kunnen gegeneraliseerd voorkomen (van enkele laesies tot honderden) of gelokaliseerd blijven.   

Proctitis

In de huidige monkeypox uitbraak wordt ook vaak proctitis gezien, soms zelfs als enige lichamelijke klacht. Een proctitis is een ontsteking die beperkt blijft tot het rectum. Het kan rectaal bloedverlies met loze aandrang en een dof, pijnlijk gevoel veroorzaken, bij meestal normale ontlasting. 

Complicaties

In sommige gevallen treden secundaire superinfecties op van de huid- en slijmvlieslaesies. Dit kan variëren van milde impetiginisatie tot forse infiltraten dan wel ulcera. De blaasjes kunnen blijvende littekens veroorzaken.

Daarnaast zijn de volgende complicaties beschreven: pneumonie, dehydratie door diarree en braken, sepsis, encefalitis en ooginfecties met blijvende blindheid.

Risicogroepen

Er wordt vanuit gegaan dat zwangere vrouwen, jonge kinderen (arbitrair <8 jaar), mensen met een verminderde afweer, en patiënten met chronisch eczeem een verhoogd risico hebben op een gecompliceerd beloop. 

Ga naar