Organisatie van de zorg Monkeypox

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) voor de patiënt 

Indien er na telefonische triage een vermoeden van monkeypox bestaat:

  • Bij zichtbare (niet afgedekte) huidlaesies: laat de patiënt in een aparte wachtruimte plaatsnemen (niet in wachtkamer) of roep de patiënt direct binnen.  
  • Bij niet-zichtbare (afgedekte) huidlaesies: laat de patiënt eventueel in de wachtkamer plaatsnemen. 
  • Bij huidlaesies in combinatie met hoesten: laat de patiënt een chirurgisch mondneusmasker dragen én beoordeel hem/haar op een luchtwegspreekuur of roep de patiënt direct binnen.  

PBM voor de zorgverlener 

Bij vermoeden van monkeypox: draag PBM voor druppel- en contactisolatie tijdens lichamelijk onderzoek en het afnemen van monsters voor PCR, vanwege een mogelijk risico op besmetting: handschoenen, een schort met lange mouwen, minimaal een chirurgisch mondneusmasker type IIR en een spatbril bij kans op spatten (bijvoorbeeld bij afname van een keelswab). 

Bij nieuw ontstane huidlaesies zonder duidelijke oorzaak: draag handschoenen en een mondneusmasker (minimaal type IIR) tijdens het lichamelijk onderzoek om een eventuele hoogrisico-blootstelling (onbeschermd huid-huid contact) te voorkomen. In de praktijk is het een paar keer voorgekomen dat een verdenking op monkeypox pas tijdens het lichamelijk onderzoek van een patiënt naar voren komt.  

Maatregelen reiniging/desinfectie ruimte 

Geadviseerd wordt om aansluitend aan een consult waarbij u een vermoeden had van monkeypox de spreekkamer schoon te maken: reinig en desinfecteer de onderzoeksbank, stoel van de patiënt, de deurklink en zo nodig andere oppervlakken in de ruimte die de patiënt heeft aangeraakt met handen of andere delen van het lichaam (uitgezonderd schoenen) (zie Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen).  

Maatregelen na een risicocontact 

Sinds 24 juni hoeven hoogrisicocontacten van een monkeypoxpatiënt niet meer in quarantaine, maar worden strikte leef- en eventueel werkregels geadviseerd. Indien een zorgverlener onbeschermd contact heeft gehad met een patiënt of patiëntenmateriaal besmet met monkeypox, dan wordt dit ook niet meer per definitie als hoog-risico ingeschat. Afhankelijk van het gelopen risico gelden dan wel enkele werk- en leefregels. Zie voor de meest recente details hierover Risico-inschatting contacten en maatregelen.

Hoogrisicocontacten en een deel van de matigrisicocontacten komt in aanmerking voor post-expositie profylaxe middels vaccinatie. Dit loopt via de GGD.  

Vaccinatie 

Op 7 juli jl. heeft minister Kuipers op advies van o.a. RIVM besloten over te gaan tot pre-expositieprofylaxe middels vaccinatie van hoogrisicogroepen. Daarnaast wordt geadviseerd om personen die aanhoudend risico lopen op blootstelling en die een eerste post-expositie profylaxe hebben gehad, ook een tweede vaccinatie te geven. Een uitzondering is als iemand reeds het ‘oude’ pokkenvaccin toegediend heeft gekregen.  Vaccinatie tegen pokken was tot eind 1974 opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Zie Pokken | LCI richtlijnen (rivm.nl).

Registratie in het HIS 

Gebruik de ICPC-code A76 Andere virusziekte met exantheem voor een diagnose monkeypox. Leg de episodenaam bij voorkeur in de bewoordingen van de huisarts vast. 

Ga naar